top of page
Search
  • _

BTW - Boete wegens laattijdige betaling

 

Arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen dd. 13.03.2018 - Huidige betwisting heeft betrekking op een B.T.W.-boete ten bedrage van 74.240 EUR die verweerster in hoger beroep werd opgelegd omdat zij had nagelaten de verschuldigde B.T.W. te betalen binnen de wettelijk voorziene termijn. Verweerster in hoger beroep vordert de vernietiging van de boete bij gebrek aan motivering ervan in toepassing van artikel 109 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen. Verweerster heeft kennis kunnen van de motieven voor het opleggen van de boete en van de vermindering ervan en zij heeft deze met kennis van zaken kunnen betwisten. De opgelegde verminderde geldboete is niet onwettig. Het hof is van oordeel dat de opgelegde boete van 74.240 EUR wegens niet tijdige betaling van de belasting ten bedrage van 494.989,96 EUR geenszins onevenredig is met de aard en de ernst van de inbreuk. Verweerster in hoger beroep verwijst naar uitstel van betaling dat zij zou hebben moeten verlenen aan de verschillende vennootschappen waaraan werd gefactureerd en dit wegens liquiditeitsproblemen. Enig bewijs wordt hiervan echter niet bijgebracht, zodat verweerster in gebreke blijft aan te tonen waarom laattijdig werd betaald. Dat geen sprake is van stelselmatig of bewust niet betalen, werd reeds in rekening gebracht en gaf aanleiding tot de vermindering van de geldboete van 200% tot 15% van de laattijdig betaalde belasting. Het hof stelt vast dat verweerster in hoger beroep zich na ontvangst van de bijzondere rekening diligent heeft gedragen en na het bekomen van een afbetalingsregeling de verschuldigde belasting heeft voldaan. Dit doet echter geen afbreuk aan de laattijdige betaling van de B.T.W. die niet wordt verantwoord door verweerster in hoger beroep. Dat deze te wijten zou zijn aan onvoorzichtigheid van verweerster in hoger beroep blijkt nergens uit. Het hof kan dan ook slechts vaststellen dat verweerster in hoger beroep zich een onverantwoord uitstel tot betaling van de verschuldigde belasting heeft verschaft. Op de vraag tot regularisatie van 14 juli 2014 waarbij werd gewezen op een aanzienlijke verhoging van opgelopen geldboeten bij het opstellen van een bijzondere rekening, werd echter niet gereageerd. Er werd pas gereageerd na verzending op 27 augustus 2014 van de bijzondere rekening waarbij de geldboete werd opgelegd. Er is dan ook, gelet op de concrete omstandigheden, geen sprake van een louter onachtzame belastingplichtige. De opgelegde geldboete is dan ook evenredig met de aard en de ernst van de begane inbreuk, zijnde de niet-betaling van de verschuldigde belasting voor een bedrag van 494.989,96 EUR. Er zijn geen redenen om deze boete kwijt te schelden of te verminderen noch om uitstel toe te staan indien de wet in die maatregel zou hebben voorzien.

 

0 views0 comments

Recent Posts

See All
bottom of page