top of page
Search
  • _

PB - VenB - BTW: wedersamenstelling van de omzet

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Luik dd. 14.05.2018 - Zowel mevrouw M. als de cvba M. zijn van mening dat de aanslag willekeurig is, aangezien hij niet gebaseerd is op bekende feiten. De cvba M. betwist de herkwalificatie van de huurgelden tot uitbatingsconcessie. Voor wat de btw betreft is mevrouw M. van mening dat artikel 84 ter van het btw-wetboek niet werd gerespecteerd, evenmin als artikel 333 alinea 3 van het WIB/92. Zowel mevrouw M. als de cvba M. zijn van oordeel dat de raming van de verschuldigde belasting op willekeurige wijze heeft plaatsgevonden. Uit het strafdossier blijkt dat er salons werden verhuurd voor twee of drie korte periodes, met een huur die verschilde afhankelijk van het feit of het om een verdieping dan wel de begane grond ging. De correctionele rechtbank veroordeelde mevrouw voor valsheid en gebruik van valsheid in geschriften, het houden van een huis van ontucht en hotelsouteneurschap. 1) Aanwijzingen van fraude. De rechtbank merkt op dat op het moment waarop het schrijven door de afgevaardigd ambtenaar van de gewestelijke directie naar de politie van Seraing werd verstuurd in het kader van het onderzoek van het bezwaarschrift van eiser teneinde het gebruik van de salons te bepalen, de betwiste aanslagen bijgevolg reeds gevestigd waren. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van artikel 374 alinea 1 van het WIB/92. Het werd verzonden teneinde de grondslag van de aanslagen te controleren die het voorwerp van het bezwaarschrift vormen, welke reeds waren gevestigd. In het kader van het bezwaarschrift is het niet de bedoeling om de situatie van belastingplichtige te verergeren. Het onderzoek door de gewestelijke directie mag uitsluitend tot gevolg hebben dat de argumenten die hij aanvoert tegen de bestaande aanslag ten minste gedeeltelijk worden aanvaard. 2) Wedersamenstelling van de omzet. Volgens de administratie werden de inkomsten gereconstrueerd op basis van de elementen uit het gerechtelijk dossier, en met name de verhoren van eiseres en de prostituees die de locaties huurden: ze verduidelijkt dat de inkomsten werden bepaald door het aantal weken van het betreffende jaar te vermenigvuldigen met 3 periodes en met 175 euro voor salon 136A, en door het aantal weken van het betreffende jaar te vermenigvuldigen met 3 periodes en met 150 euro maal 2 voor de salons 136 B en C voor wat de dossiers van mevrouw M betreft, en dat de weerhouden huur 120 en 100 euro bedroeg voor de dossiers van de bvba M. Eisers zijn van mening dat de administratie haar vermoeden niet op een bekend feit baseert en gebruikmaakt van extrapolatie. De rechtbank merkt op dat mevrouw werd veroordeeld voor het verhuren van salons, dat het bedrag van de weerhouden huur afkomstig is uit de verklaringen van de prostituees en dat de periodes waarin de salons werden gebruikt werden doorgegeven door de politie van Seraing. In die omstandigheden zijn de berekeningen die werden gebruikt voor het bepalen van de personenbelasting en de vennootschapsbelasting, zoals die bestaan na de directoriale beslissing, niet gebaseerd op een aaneenschakeling van vermoedens en kunnen ze worden bevestigd. Voor wat de btw betreft is er evenmin sprake van een aaneenschakeling van vermoedens, aangezien het om dezelfde elementen gaat. 3) Herkwalificatie tot beroepsinkomsten. De rechtbank merkt op dat men bijgevolg dient na te gaan of de overeenkomst zoals ze werd uitgevoerd in essentie tot voorwerp de passieve terbeschikkingstelling had van ruimtes of delen van een gebouw in ruil voor een betaling, afhankelijk van de verstreken tijd, dan wel of ze bestaat uit een dienstverlening die een andere kwalificatie kan krijgen. Indien de administratie onroerende inkomsten wil belasten als beroepsinkomsten, buiten de veronderstelling die wordt vermeld in artikel 37 van het WIB 92, moet ze op basis van feitelijke omstandigheden aantonen dat het feit dat aanleiding heeft gegeven tot dit inkomen afwijkt van het normale beheer van het privévermogen en baten of winst vormt. Zowel uit het gerechtelijke dossier, dat is opgenomen in het administratieve dossier, als uit het vonnis dat door de correctionele rechtbank werd gewezen, blijkt dat het niet om de eenvoudige terbeschikkingstelling van een ruimte gaat. Mevrouw M. heeft inderdaad wel degelijk verduidelijkt dat ze de bedden verschoonde, lampen verving, verstopte afvoeren herstelde, neonlichten en ‘al het mogelijke verving’. De overeenkomsten in het strafdossier dragen overigens niet de titel ‘huurovereenkomst’ maar ‘overeenkomst voor de terbeschikkingstelling van een lokaal’. Mevrouw M. werd bovendien veroordeeld wegens het ‘houden van een huis van ontucht’. In die omstandigheden is het duidelijk dat de inkomsten niet werden ontvangen als onroerende inkomsten, maar dat het wel degelijk om een voortdurende en gewone bedrijvigheid gaat die een beroepsactiviteit vormt. De geleverde diensten waren immers nagenoeg hoteldiensten. Wegens diezelfde reden werd de btw terecht toegepast op het bedrag van de bijdragen, aangezien het om een btw-plichtige activiteit gaat. De verzoekschriften zijn niet gegrond.

 

0 views0 comments

Recent Posts

See All
bottom of page